Visie op verlies in organisaties

De visie op rouw is de laatste decennia flink veranderd. Eerdere theorieën dat het goed is alle emoties te doorleven, de overledene los te laten en afstand te nemen om zo je eigen leven verder te kunnen leiden (Freud), of dat een rouwproces iets is wat volgens een vast patroon verloopt en wat op een gegeven moment ook weer afgerond is (Elisabeth Kübler-Ross), zijn inmiddels achterhaald en hebben geleid tot vele misvattingen.

Er wordt nog vaak teruggegrepen op het model van de rouwfasen van Elisabeth Kübler-Ross – of in ieder geval op de daarachter liggende gedachte. Volgens dit model doorloopt de rouwende vijf achtereenvolgende fasen: eerst ontkenning, dan woede, daarna onderhandeling, vervolgens depressie en tot slot aanvaarding. Rouwenden krijgen van hun omgeving nog regelmatig adviezen die, meestal onbewust, gebaseerd zijn op deze verouderde theorie. Ook zelf verwachten ze soms dat hun rouwproces zo zal verlopen, en raken ze in verwarring als het anders blijkt te gaan.

Een later rouwmodel, dat van de rouwtaken (William Worden) gaat niet uit van een vaste volgorde van fasen, maar van taken waaruit een rouwproces bestaat. Volgens dit model komen de betreffende taken in een gezond rouwproces alle vier aan de orde, maar doorloopt een rouwende ze niet in een vaste volgorde. Het kan heel goed zijn dat er soms twee tegelijk spelen, of dat een taak op verschillende momenten terugkomt.

Worden omschreef de taken als volgt:

  1. accepteren dat de overledene er niet meer is
  2. doorleven van de emoties
  3. aanpassen aan een leven zonder de overledene
  4. de overledene emotioneel een plaats geven en opnieuw in het leven investeren


Riet Fiddelaers-Jaspers gaf aan deze taken de volgende woorden:

  1. erkennen
  2. herkennen
  3. verkennen
  4. verbinden

Met name de afgelopen 20 jaar is er veel wetenschappelijk onderzoek gedaan op het gebied van rouw. Daaruit zijn twee nieuwe modellen voortgekomen. Het eerste is het duale procesmodel (Maggie Stroebe, hoogleraar Verliesverwerken, 2002). Dit model gaat niet meer uit van fasen of taken, maar van de twee werkelijkheden die aandacht vragen in een rouwproces: de rouwende is een dierbaar iemand verloren en moet daarin een weg zien te vinden, en tegelijkertijd is er het eigen leven dat verder moet gaan. Aan de ene kant heeft men tijd en ruimte nodig voor het verdriet, en aan de andere kant vraagt het dagelijkse leven aandacht. Het is belangrijk dat beide kanten aan bod komen. Het ene is niet beter of slechter dan het andere; het gaat om het evenwicht ertussen.

Gezond rouwen is heen en weer bewegen tussen de verliesgerichtheid en de herstelgerichtheid. Het nieuwste rouwmodel is het Integratief model (Johan Maes, rouwtherapeut en rouwdeskundige België, 2007), waarin de belangrijkste ontwikkelingen en visies uit het rouwonderzoek van de laatste tijd zijn opgenomen. - Het uitgangspunt is dat rouwen een persoonlijk en uniek proces is. De ene mens rouwt anders dan de andere; er bestaat niet iets als een handleiding en het ligt ook niet vast hoe lang een rouwproces duurt.

Er bestaan vele rouw reacties. Het is beter alle mogelijke rouwreacties te beschrijven dan voor te schrijven hoe je zou moeten rouwen.

  • Rouw vraagt om een actieve houding: rouwen is niet zozeer passief ondergaan wat er gebeurt, maar iets doen met de gevoelens. Wat? Dat is aan de rouwende zelf.
  • Rouw raakt het hele wezen van de rouwende. De aandacht moet daarom niet alleen gericht zijn op emoties, maar ook op bijvoorbeeld fysieke aspecten, mentale aspecten en existentiële vragen.
  • Door het verlies verandert de rouwende. Het verlies maakt dat de rouwende een nieuw evenwicht moet gaan vin den; teruggaan naar het evenwicht van voor het overlijden kan niet.
  • Rouw raakt ook de sociale context. De plek van de rouwende wordt anders. Zo wordt iemand bijvoorbeeld door het verliezen van een partner een alleenstaande. Vaak gaat een rouwende zich hierdoor anders verhouden tot de sociale omgeving. Een ander aspect is dat reacties vanuit de sociale omgeving (familie, vrienden, collega’s) mede bepalend hoe de rouwende met het verlies omgaat.