Rouw is een antwoord op verlies. Ieder mens geeft een ander antwoord op verlies. Johan Maes legt in dit artikel het accent op identiteitsverandering die rouwenden tijdens het rouwproces ondergaan.

Hoewel in dit artikel het accent ligt op verlies van een dierbare, kunnen de opvattingen van Johan ook worden toegepast op het verlies van gezondheid of het verlies van een liefdesrelatie. 

Verlies

Verlies maakt een wezenlijk onderdeel uit van ons leven. Wanneer we die veilige baarmoeder verlaten waarin alles voorzien is, zuurstof en voeding, dan is dat al een verlieservaring. We zijn wat we hebben verloren, zegt de Spaanse dichter Lorca. Verlies maakt deel uit van onze identiteit. Het doel van rouw is om al die verlieservaringen te integreren in onze identiteit. Verlies en rouw zijn daarom belangrijk. We veranderen erdoor.

Onze identiteit bestaat uit een aantal bouwstenen, zoals zelfbeeld, onze wereldbeeld, het beeld dat we van anderen hebben. Dat zijn beelden waarachter onbewuste overtuigingen verscholen liggen. Stel: Je vindt de wereld rechtvaardig. Je vindt jezelf een waardevol persoon, je kunt je verbinden met mensen, je vindt dat het leven zin heeft. En dan wordt je kind overreden door een dronken chauffeur. Je bent ontredderd, je verliest de controle op je gevoelens,  je voelt je machteloos. Je ervaart het verongelukken van je kind als onrechtvaardig. Je verliest je vertrouwen in mensen. Het leven heeft geen betekenis meer. Wat je nog wel zou willen? Je kind terug krijgen! Je identiteit wordt helemaal ontwricht, je verandert in een ontredderd persoon.

Antwoord

In onze cultuur hebben we maar één antwoord op soms complexe ervaringen van verlies, dat is rouw. In het Engels bestaan er drie woorden voor ‘rouw’: grief, mourning, en bereavement. Er zitten zoveel aspecten in rouw. Rouw is een antwoord op het verlies van een betekenisvolle relatie met iemand. Een antwoord is belangrijk, dat is iets actiefs, het legt nadruk op de betekenisgeving. Maar dat antwoord is ook lichamelijk, emotioneel, mentaal, relationeel en existentieel. Je kunt trouwens ook rouwen na verlies van een betekenisvolle relatie met iets. Denk aan verlies van je gezondheid, verlies van een baan of van je ouderlijk huis.

Hechting

Waarom doet rouwen zo’n pijn? Waarom lijden we er aan? Het heeft allemaal te maken met datgene wat ons leven zo mooi maakt. Iets waar we niet zonder kunnen omdat we ons dan alleen voelen. Er bestaat geen rouw zonder hechting.

Iedereen ontwikkelt vanuit zijn eigen, unieke hechtingsgeschiedenis een eigen stijl van omgaan met ingrijpende gebeurtenissen, waaronder verlieservaringen. Rouw is de kostprijs van de hechting, we zouden niet rouwen als we ons niet zouden hechten. Hechting is essentieel. Het niet hechten is echt een stoornis, met een enorme impact op het verdere leven. Het bestaat bijna niet. Maar je hebt natuurlijk vele vormen van hechting, zoals veilige hechting, angstige hechting, traumatische hechting… Dat vertaalt zich in verlatingsangst, bindingsangst of de combinatie van die twee.

Scheidingspijn

Als mensen iemand verliezen, besluiten ze om zich niet meer te hechten om die scheidingspijn niet opnieuw mee te maken. Dat is zo jammer. Die hechting tijdens de eerste paar jaar van ons leven legt het fundament voor onze hechtingsstijl en bepaalt hoe we later in een relatie functioneren, hoe we naar anderen en naar onszelf kijken… die beïnvloedt ons hele leven. Een veilige hechting is een beschermende factor. Een onveilige hechting is een risicofactor.

Geen eindpunt

Dat rouw een eindpunt heeft, is een mythe. In het begin mag het allemaal, maar daarna moet je zo snel mogelijk opnieuw de oude zijn. Je moet het verdriet ‘een plaats kunnen geven’. Vreselijke uitdrukking. Hoe doe je dat bij de dood van een kind: je verdriet een plaats geven? We moeten af van de gedachte dat mensen binnen zoveel tijd het rouwproces doorlopen moeten hebben. Er staat geen limiet op rouw, die ontwikkelt zich in de tijd. Sommige mensen rouwen na 25 jaar nog. Daar is niets mis mee. Zolang ze kunnen blijven functioneren. Als een meisje van vijftien haar moeder verliest, dan blijft ze dat meenemen. Als ze jaren later een moeder en dochter samen boodschappen ziet doen, dan ineens, boem, duikt dat verliesgevoel opnieuw op. En waarom zou na een herdenkingsritueel, een jaar na een overlijden van je kind, ineens wel afscheid genomen kunnen worden? Waarom moet een moeder afscheid nemen van haar kind? Ze blijft moeder van dat kind tot aan het einde van haar leven. 

Ik denk dat wij als maatschappij bang zijn voor de pijn. Dat kunnen we moeilijk verdragen. We voelen ons bij de pijn van een ander machteloos. We kunnen de pijn niet wegnemen. Het confronteert ons ook met onze eigen eindigheid. Met iemand in contact komen die rouwt, is ook heel confronterend. Onze maatschappij nodigt niet uit om lang bij verlies stil te staan. Het is een maakbare maatschappij: je pakt weer een kind, je neemt een andere man of vrouw. Maar zo werkt dat niet. 

Roeien met twee riemen

Rouwen is geen sprint, maar een marathon, of twee. Deze ultieme uitdaging valt beter te verteren als we weten welke beloning we aan het einde krijgen. Zo kun je hoop putten uit de verwachting dat je weer helemaal de oude wordt. Maar is dat reëel? 

Een therapeut zal zeggen: “Ik kan je niet helpen om de oude te worden, wel om iemand anders te worden”. Je identiteit zal zich ontwikkelen met de dood van die ene persoon. Je krijgt een nieuwe identiteit. Rouwen is roeien met twee riemen. Je kunt niet roeien met één riem. De ene riem is de riem van het verlies. Die fysieke persoon of gezondheid is er niet meer, maar de relatie blijft. De andere riem is de riem van je nieuwe zelf, de heruitvinding van een wereldbeeld, een zelfbeeld, een leven zonder het verlorene.

Verrijking

Kan rouwen, tot slot, iets nieuws brengen? Zeg nooit tegen mensen: “Je verlies is ook een rijkdom.” Maar wees wel alert voor een mogelijke verrijking en pik deze op, zodat mensen er iets aan hebben. In het Engels spreekt men van ‘benefit finding’: wat is het voordeel, de winst, de verrijking?

Als mensen zo’n benefit vinden is dat wel een grote hulp. Maar vaak staan ze daar pas later in het rouwproces voor open, en kunnen ze dan pas die verrijking eventueel benoemen. Praten over het verlorene is zeer belangrijk. Wat heeft die persoon voor jou betekend? Wat deden jullie samen? Wat neem je van hem of haar mee?  Waarin heeft de relatie zich voor jou verrijkt? Volgens velen is er na een betekenisvolle relatie geen toekomst meer. Toch kun je een linkje leggen: Wat kun je, in verbinding met het verlorene, meenemen in je leven in het hier en nu? Hoe zou het voor jou zijn om naar het vrijwilligerswerk te gaan dat je overleden partner ook deed? Soms kunnen mensen iets doen waardoor ze zich verbonden voelen met de persoon die overleden is.

We proberen mensen voortdurend uit hun rouw te halen door te zeggen: “Het is mooi weer.” of: “Ga eens op reis”. Ik denk dat we dat niet moeten doen. Rouwenden hebben er niets aan, ze weten dat zelf ook wel. We geven betere steun door aandacht te geven aan de relatie die er met het verlorene is geweest en nog steeds is. 

 

Johan Maes, opgetekend door Dominique Verschuren